LaMarato
Eravringen van onze Cyclon ambassadeur Serge:
Barbera de la Conca (Catalonië)
11 december 2011 – half negen 's ochtends.
3°, dichte tot zeer dichte mist.
Toch zit ik lekker op de fiets samen met één van m'n vaste fiets maatjes. We zijn op weg naar een kleine marathon wedstrijd in Cabra del Camp, La Marató. Klein, want het is maar 38+ kilometer, echter ik weet van het vorige jaar dat zelfs onder perfecte omstandigheden je er aardig lang over kan doen. Het deelnemersveld is niet zo groot, 500 bikers, verdeeld over twee afstanden.
De mist is extreem dicht, soms maar 20 meter zicht, hoewel de zon z'n best doet om er van boven een gaatje in te prikken. Dit is m'n eerste rit onder ambassadeurschap voor Cyclon, dus ik ben helemaal in tenue. Nog belangrijker; ik heb de warming-up middelen van Sportsbalm ontdekt. Bij de voorbereiding heb ik hard gelopen om de conditie nog enigszins op pijl te houden en met name de Medium Balm bevalt me prima. Mijn benen en vooral mijn rug zijn lekker warm en soepel.
Net als vorig jaar wordt er verzameld bij de lokale sporthal, ruim 500 meter boven de zeespiegel, waar het al gezellig druk is. Onze gastvrouw, die al vooruit was gereden met de auto, heeft onze startnummers alvast gehaald. Nadat we deze gemonteerd hebben, gaan we een beetje achteraan in het startveld staan; met mijn huidige conditie moet ik reëel zijn. Een knal en we zijn weg, rustig peddelend het dorpje door, maar er ontstaat een kleine file. Net als in een file van auto’s vraag ik me af: ‘Waarom?!’ Het parcours is echter zo aangelegd dat na deze kleine opstopping het veld al goed uit elkaar ligt.
We rijden door een landschap, wit van de mist, naar een hoogte van zo rond de 600 meter en dan gaan we echt klimmen. Dikke mistflarden waaien over de weg. Dan komen we over de kam van de heuvel, bijna 800 meter, en breekt de zon vol door; prachtig! En warm, het voelt als 20° en dat is best lekker want er volgt een korte afdaling. Het parcours blijft hangen op dezelfde hoogte, slingerend tegen de heuvelrug in de zon, uitkijkend over met watten gevulde dalen.
De ondergrond in deze omgeving bestaat in de dalen uit een rode klei, maar het is droog en dus goed te rijden. We klimmen nu naar het dak van de tocht (820 meter) en hier bestaat de weg uit stenen en rotsen. Hierna een lange afdaling die niet veel voorstelt, wat haarspeldbochten die door de regen zijn uitgevreten, maar niks spannends. Dan slaan we plotseling af en de hel breekt los. Een singletrack, licht uitgehold met af en toe keien zo groot als een voetbal. Rechts van me gaat het vrijwel loodrecht het dal in. Leuk als je hoogtevrees hebt. En jawel, we staan stil. Sommige moeten gewoon lopen en ik kan ze geen ongelijk geven, maar ik blijf liever rijden. Ze laten ons voorbij en we rijden weer op een ongekend moeilijk pad. Dankzij de training van Barbara* weet ik me hier goed te redden, tot een stuk dat schijnbaar recht naar beneden knalt. Ik haak af en zelfs mijn fietsmaatje wordt ridder te voet. Plotseling horen we achter ons een vriendelijke, opgewekte stem. Nu spreken we geen Catalaans, maar weten onmiddellijk: ‘Die wil erlangs’ en maken ruim baan. En jawel, een krasse knar met helmcam komt kraaiend van plezier langs gevlogen. Is dit misschien de vader van Danny Hart**?
Het gaat verder door de bossen die hier nog aardig groen zijn. Zodra we op het open akkerland komen, gaat het langzaam bergaf tot we, weer vlak bij het startpunt, op het laagst gelegen punt van de rit aankomen. Hier is een stop met warme soep, ander eten en drinken en een kampvuur. Ik neem een gelletje, wat ons uitgereikt was bij de start, maar dit is amper uit de verpakking te zuigen. De high energy drink van Maxim is een stuk vloeibaarder en dus zo weg. Er zit weer een beetje vermogen in me. En hierna weer omhoog, steeds steiler tot ik het niet meer zie zitten en ga lopen. Ik ben niet de enige en raak aan de praat met één van de locals. Hij spreekt goed Engels en is verbaasd dat iemand helemaal uit Nederland komt om hier een rondje te rijden: ‘This is nothing special.’ Daarin vergist hij zich volgens mij, het wordt iets vlakker en we stappen weer op. Over de kale rug van de berg rijden we langs grote windmolens verder naar boven. Mijn Catalaanse vriend rijdt op een redelijk groot verzet en verdwijnt. Ik ken mijn krachten en ga langzaam verder.
Wat me hier opvalt, is dat ik één van de weinige ben die een dubbel(slechts twee trapbladen voor) rijdt. Het waarom is me duidelijk, mijn tred wordt steeds langzamer. Ik blijf echter rijden en na een paar flauwe maar extreem steile bochten, staat er iemand hijgend langs de kant van de weg. Ook locals kunnen zich dus vergissen. Ik tuf rustig door en wederom tikken we de 800 meter aan. Dan is het hard naar beneden, ploppende oren, brede haarspeldbochten met gravel die uiteindelijk over gaan in een prachtige op en neer slingerende singletrack. Technisch moeilijk. Nog 1 klimmetje en daarna via het asfalt naar het dorp. Een klein toetje als we door de rivierbedding naar de andere kant van het plaatsje rijden. Nog een lichte helling en daar is de finish. Ik ben redelijk kapot en zoals wel vaker neem ik me voor om meer te gaan trainen.
Het was een geweldige tocht en iedereen die het eens wilt proberen, volgend jaar weer.
Met dank aan de familie Adsèra, voor hun gastvrijheid en meer.
Ook bedankt Cyclon; ik heb nu al een hoop van jullie producten met tevredenheid en soms enige verbazing (Chamois Balm – het werkt echt) mogen gebruiken.




